Lessen uit Zweden #3: De eigen-huis-fabriek

  • Ruimte voor ontmoeting
  • Samen thuis

‘Eigen-huis-fabriek’, zo kun je Egnahemsfabriken vertalen. Dit initiatief, op het eiland Tjörn, houdt op het eerste gezicht het midden tussen een bouwplaats en een festivalterrein. In verschillende vakken staan tiny houses in wording. Net in de steigers of al bijna af. Tussendoor wapperen vlaggetjes en scharrelen kippen. Op deze plek kunnen toekomstige bewoners zélf hun woning ontwerpen en bouwen. Zo bieden de initiatiefnemers een alternatief voor mensen die nauwelijks kans hebben op de vastgelopen Zweedse woningmarkt.

‘Egnahem’
De naam Egnahemsfabriken verwijst naar ‘egnahem’, het Zweedse concept dat eind 19e eeuw ontstond en Zweden met beperkte middelen de kans gaf hun eigen huis te bouwen met hulp van een goedkope lening van de overheid. Met de bouw van een eengezinswoning met tuin werd de groeiende arbeidersklasse bevrijd uit appartementen met hoge huren en slechte sociale omstandigheden. Het Egnahem-programma, met betaalbaarheid en betrokkenheid als sleutelingrediënten, was decennia lang beeldbepalend voor nieuwe wijken in Zweedse steden en dorpen.  

Betaalbaarheid en betrokkenheid
In de huidige Zweedse woningmarkt staat de betaalbaarheid van huizen echter enorm onder druk en de destijds vanzelfsprekende cultuur van zelf bouwen is vrijwel geheel verdwenen. Net als in Nederland zijn de woningprijzen torenhoog en wachtlijsten voor huurwoningen eindeloos lang.

Jenny Stenberg, onderzoeker aan de universiteit van Göteborg en mede-oprichter van de Egnahemsfabriken, heeft haar gehele loopbaan gewijd aan manieren om het huidige systeem te doorbreken en gewone Zweden opnieuw onderdeel te maken van het ontwerp en de bouw van de woningvoorraad en zo meer routes naar een eigen huis mogelijk te maken. Ze ontwikkelde en verfijnde door de jaren heen een methode die mensen de mogelijkheid geeft zelf hun woning te ontwerpen en te bouwen, met ondersteuning van vakmensen. De methode bestaat inmiddels uit 12 stappen, van het analyseren van de toekomstige woonplek, het nadenken over indeling en privacy, het bouwen van een maquette, tot de voorbereiding van de daadwerkelijke bouw.

Jenny Stenberg, onderzoeker aan de Universiteit van Göteborg en betrokkene van het eerste uur bij de Egnahemsfabriken (foto's: Hanneke)

Je eigen tiny house ontwerpen en bouwen
Het is deze methode die bij de Egnahemsfabriken in de praktijk wordt gebracht. Een team van 14 mensen, dat onder andere bestaat uit architecten en timmerlieden, is beschikbaar om toekomstige bewoners te ondersteunen. De architecten helpen in de ontwerpfase om tot een ontwerp te komen dat bij de ideeën van de toekomstige bewoners past, maar ook voldoet aan de eisen die de Zweedse wet (ook aan kleine woningen) stelt. De timmerlieden leren de bewoners vervolgens de basisvaardigheden die nodig zijn voor de realisatie van het ontwerp. Willen de bewoners iets meer hulp? Dan kunnen de timmerlieden ingehuurd worden om mee te bouwen. Zo hebben mensen zelf in de hand wat de ontwikkeling van hun tiny house kost.

"Een team van architecten en timmerlieden is beschikbaar om zelfbouwers te ondersteunen. Ze leren je de vaardigheden om zelf te bouwen of bouwen met je mee."

Marta’s ‘lilla hus’
Eén van de tiny house bouwers is Marta. Marta is bibliothecaresse en werkt en woont in Stockholm. Haar twee kinderen zijn inmiddels oud genoeg om op zichzelf te wonen, wat haar de ruimte geeft haar leven opnieuw in te richten. Ze verlangt naar een leven met meer vrijheid; meer ruimte om haar tijd zelf in te delen. Ze vond de Egnahemsfabriken en werd gelijk aangesproken door de sfeer. “Veel collectieven hebben voor mij een te spirituele of te ideologische basis. De gemeenschap van de Egnahemsfabriken sprak mij gelijk aan. Gewoon samen dingen doen.” De klik met de gemeenschap overtuigde haar om Stockholm achter zich te laten en een toekomst te bouwen op het eiland Tjörn. Architect Louise hielp haar om het ontwerp voor haar “lilla hus” – kleine huis – te maken en van timmervrouw en ‘bouwpedagoog’ Marine leerde Marta wat nodig was om het ontwerp te bouwen. “Ik heb veel meer zelf kunnen doen dan ik ooit had gedacht”. Inmiddels is ze bezig met de afwerking van het interieur en is haar nieuwe woning bijna klaar.

Marta is één van de zelfbouwers. Haar tiny house is bijna klaar (foto's: Hanneke)

Bouwen als doel en middel
Naast de begeleiding van mensen die hun eigen tiny house willen bouwen, bestaan de activiteiten van de Egnahemsfabriken uit onderzoek en onderwijs. Er zijn lesprogramma’s ontwikkeld voor vakscholen. Studenten ontwerpen en bouwen in een aantal weken gezamenlijk een project. Deze onderwijsprojecten zijn verspreid over het terrein terug te vinden. Een stal voor de paarden, een schuur voor de schapen, een ruimte om samen te eten, een grote pizzaoven, een buitenbar voor festiviteiten. Ook bouwen de studenten voor opdrachtgevers buiten de Egnahemsfabriken.

Op het moment dat ik de Egnahemsfabriken bezoek is een aantal jongeren bezig met een ‘chillruimte’, een plek waar ze – zonder volwassenen – kunnen ontspannen. De jongeren die vandaag aan het werk zijn, zijn allemaal uitgevallen in het schoolsysteem. De Egnahemsfabriken ontvangt hen een aantal dagen per week, zodat ze structuur in hun leven houden en tastbare vaardigheden leren. De jongeren worden begeleid door twee bouwende jeugdwerkers, waaronder Ali. Ali vluchtte enige jaren terug uit Afghanistan, waar hij als timmerman werkte. Hij kwam in Zweden terecht en deed mee aan een project van de Egnahemsfabriken. Inmiddels is hij onderdeel van het vaste team.

Verschuiving van macht
De kern van de Egnahemsfabriken is voor Jenny Stenberg “de verschuiving van macht”. Van de ontwerper en de bouwer naar de bewoner. Zo voorziet de werkwijze niet alleen in ontwerp- en bouwvaardigheden, maar leren mensen ook machtsdynamieken onder architecten en aannemers herkennen. “Een voorbeeld van zo’n machtsdynamiek is een ontwerper of aannemer die zegt “dit kan niet”, zonder uit te leggen waarom. Dat is – bewust of onbewust – een manier om macht bij zichzelf te houden. Door hiervan bewust te zijn als bewoner sta je dan niet met een mond vol tanden, maar kun je een weerwoord bieden waardoor de machtsbalans weer gelijkwaardig wordt.”

De patroontaal van Christopher Alexander is grote inspiratie geweest in het werk van Stenberg en de ontwikkeling van de methode die bij de Egnahemsfabriken wordt toegepast. “Alexander pakt de black box van de ontwerper uit, dat is essentieel om mensen in staat te stellen mee te doen.” Naast Alexander is de Argentijnse Rodolfo Livingstone ook een grote inspiratiebron. “Hij heeft prachtige gesprekstechnieken uitgewerkt, waardoor mensen vanuit verschillende perspectieven meedenken.” Bovendien introduceert Livingstone ook het kostenaspect in het gesprek; een onderwerp dat Alexander niet aanraakt. “In onze methode wordt in elke keuze meegewogen welke investering het vraagt. Dat is essentieel voor een haalbaar plan en daarmee voor échte zeggenschap in het maken van een ontwerp.”

"De kern van de Egnahemsfabriken is de verschuiving van macht. Van de ontwerper en de bouwer naar de bewoner."

Strijden voor de toekomst
De ervaringen binnen de Egnahemsfabriken op Tjörn hebben afgelopen jaren waardevolle lessen opgeleverd over wat werkt en niet werkt. Er is inmiddels een overkoepelende stichting die het concept ook op andere plekken in Zweden van de grond probeert te krijgen, waaronder in Malmö.

Maar ook op Tjörn zijn er nog voldoende uitdagingen voor verdere ontwikkeling. Het is een blijvende strijd om met de combinatie van zelfbouw, onderwijs en onderzoek elk jaar weer voldoende financiering binnen te halen om het team van architecten, timmerlieden en jeugdwerkers aan het werk te houden, zo geeft Stenberg aan. Een ander punt is de beschikbaarheid van locaties voor de opgeleverde tiny houses. Stenberg: “Ook dit is nog een lastig punt. Op de plek van de Egnahemsfabriken mag niet gewoond worden. Mensen mogen dus niet blijven als hun woning af is. Maar het is ontzettend lastig om stukjes grond te bemachtigen voor bewoners. We zijn met de gemeente in gesprek of we deze plek van ze kunnen kopen om er ook te kunnen wonen. Maar niet elke lokale politicus is fan. Met name omdat onze gemeenschap ook vluchtelingen helpt. De Zweedse politiek is de afgelopen jaren naar rechts opgeschoven, waardoor niet iedereen zich aan ons initiatief wil verbinden. Bovendien zien mensen vooral de chaos, niet altijd wat het oplevert.”

Ook Marta heeft nog geen plek om haar nieuwe huis straks te plaatsen. Ze hoopt een plekje te vinden in de buurt van de Egnahemsfabriken. Want de kracht van Egnahemsfabriken is dat het haar niet alleen een huis heeft gebracht, maar ook een gemeenschap waar ze graag onderdeel van blijft.

Vervolg: Van tiny houses naar de verhuizing van een hele stad
Van tiny houses naar de verhuizing van een hele stad: lees in het vierde en laatste artikel over co-creatie in Zweden over het mijnstadje Kiruna, dat inmiddels 20 jaar onderweg is om zichzelf opnieuw uit te vinden op een andere plek. Deze niet-alledaagse opgave kon niet zonder de betrokkenheid van bewoners.

Dit onderzoek naar co-creatie in Zweden was mogelijk met steun van de Marina van Dammebeurs, in samenwerking met Universiteitsfonds Delft. Hanneke won de beurs in 2019 met haar plan om internationale voorbeelden van co-creatie te bestuderen en zo het co-creatieve vakgebied te versterken. In 2020 bezocht ze Chili; in 2023 Japan. Zweden is haar derde bestemming.