Het werd wereldnieuws: het Zweedse mijnstadje Kiruna moet verhuizen. De steeds dieper wordende staatsmijn maakt de ondergrond van een groot deel van de stad te gevaarlijk om nog te wonen. Woonwijken, winkels, kerk, stadhuis en andere voorzieningen moeten wijken. De impact van de verhuizing is zo groot, dat het geen optie is om bewoners niet te betrekken. Hoe werkt co-creatie van een nieuwe stad?
Kiruna
Hoe noordelijker, hoe kaler het landschap. Het is juni, maar de sneeuw is nog maar net weg. Het land is drassig en futloos onder de sneeuw vandaan gekomen. Het groen heeft maar een aantal weken om haar kracht te hervinden, voordat een nieuwe lange winter zich weer aankondigt. Nabij het stadje Kiruna, boven de poolcirkel, wordt het landschap grijzer en gruiziger. De Kirunavaraa, de berg waar al meer dan 100 jaar ijzererts wordt gewonnen, domineert de horizon.



De mijn voedt; de mijn eet
De Kiirunavaara verbergt een 4 kilometer diepe plak ijzererts. Het ijzererts steekt met een hoek van 60 graden de aarde in, in de richting van de stad. Hoe dieper gedolven wordt, hoe dichter de onvermijdelijke scheuren het bebouwde gebied naderen. Inmiddels zitten de mijnwerkers dagelijks op meer dan een kilometer diepte in de berg. Verkenningen laten zien dat er voldoende erts in de grond zit om nog eens een kilometer dieper te gaan de komende jaren. Een vloek en een zegen. “De mijn voedt ons; de mijn eet ons op.” Zo vat de lokale journalist Kjell Törmä de dubbele relatie van de inwoners van het mijnstadje Kiruna in zijn boek samen.
Voordat de berg het toneel werd van explosies, brokstukken en wagens vol erts, werd de regio bewoond door Sami, de inheemse bevolking van het noorden, die nomadisch leeft en meetrekt met de rendieren die ze hoeden en waar ze van leven. Maar met de komst van de mijn trokken steeds meer mijnwerkers en hun families naar de Kiirunavaara en ontstond een groeiende behoefte aan huisvesting. Direct ten oosten van de mijn werd een woonwijk gebouwd voor de mijnwerkersgemeenschap. In de late jaren ’60 werden even verderop nieuwe buurten gebouwd. De oude woonwijk ging ten onder aan scheuren. En ook bij de bouw van deze nieuwe buurten werd al gewaarschuwd dat de woningen een leven van hoogstens 50 jaar beschoren zou zijn. Hier werd de decennia die volgden echter nauwelijks meer over gesproken.
Tot najaar 2003. De LAKB, het staatsbedrijf dat de mijn bezit en runt, deelt dat de scheuren de stad naderen. En dat er de komende tien jaar grote veranderingen boven de grond te verwachten zijn. Een boodschap die nog niet meteen doordringt. Het leven gaat door. Tot er in 2004 nieuwe onderzoeken naar buiten komen, waarin de consequenties concreter worden. De scheurprognose laten zien dat het treinstation voor 2012 verplaatst zou moeten zijn. Het stadhuis zou geraakt kunnen worden rond 2023. En in 2033 de kerk. Dit schudt bewoners wakker. De historische houten kerk loopt ook gevaar? Het idee dat het hele wijken inclusief het stadscentrum zouden moeten verplaatsen, is voor de meeste mensen onvoorstelbaar. Toch is dit wat er pakweg twintig jaar later is gebeurd.


De verhuizing van een stad
Juni 2025. Nog even en het is zo ver. De kerk, het mooiste gebouw van Kiruna volgens veel inwoners, ligt uitgegraven en gestut te wachten om verplaatst te worden. De kerk staat er kaal en verlaten bij. Het stadhuis, dat vroeger dichtbij stond, is gesloopt, net als woningen en winkels in het oude centrum. Bewoners en bezoekers kijken uit over een vlakte die straks een park zal worden, maar er nu nog kaal en gruizig bij ligt. Rondom de kerk worden wegen verbreed om het gebouw in augustus in z’n geheel stapvoets naar de nieuwe locatie te kunnen rijden. Een nieuwe locatie in het nieuwe centrum van de stad.
De kerk is niet het eerste gebouw dat wordt verplaatst. In samenwerking met de inwoners van Kiruna zijn zo’n veertig gebouwen gekozen die voor hen van waarde zijn voor de identiteit van het stadje. Deze veertig gebouwen krijgen allen een plek in de nieuwe stad.
Ontwerpen met herinneringen
Het stadsbestuur besloot het nieuwe centrum na veel publiek debat te bouwen ten oosten van de bestaande stad. Maar hoe bouw je een geheel nieuw stadshart dat de identiteit van het bestaande Kiruna omvat en waar inwoners van Kiruna zich ook echt thuis voelen? Om hier antwoorden op te vinden, schreven bestuurders in 2013 een prijsvraag uit. Als startpunt voor een zoektocht naar het nieuwe Kiruna, samen met inwoners.
White Arkitekter, één van de grootste ontwerpbureaus van Zweden, won deze prijsvraag met een team van diverse Zweedse en Noorse ontwerpers en experts. Viktoria Walldin, antropoloog en partner van het ontwerpbureau, vertelt mij dat ze wonnen vanwege de mogelijkheden om de nieuwe stad te verbeteren ten opzichte van de oude stad én vanwege hun aanpak voor het betrekken van de inwoners van Kiruna.
Want de ontwerpers van White Arkitekter gingen in gesprek over de betekenis van plekken en gebouwen in het oude Kiruna, om deze mee te nemen – zowel letterlijk als figuurlijk – in het nieuwe Kiruna. Inwoners deelden welke plekken voor hen van waarde zijn en welke herinneringen er liggen. De meest betekenisvolle gebouwen en gebouwonderdelen, maar bijvoorbeeld ook straatmeubilair en kunstwerken, werden geïntegreerd in het ontwerp voor de nieuwe stad.
De nieuwe stad
Het deel van het ontwerp van het nieuwe centrum dat tot nu toe gerealiseerd is, heeft een prettige dichtheid, het is duidelijk dat het een centrum is waar allerlei publieke functies en winkels te vinden zijn. Anders dan het oude centrum, waar functies minder samenhangend en soms behoorlijk verspreid liggen. Ik ben aanvankelijk wat verrast door het wat ingetogen karakter van de winkels. Totdat ik ontdek dat er parallel aan de straten een netwerk van overdekte winkelstraten ligt. De winkels grenzen zowel aan deze overdekte als niet-overdekte straten. Handig voor een stad waar het een groot deel van het jaar zo koud is dat buiten struinen geen pretje is.




Eenzelfde functie heeft het stadhuis. De laagdrempelige toegang valt op. Ik ben er op een dag dat ambtenaren vrij zijn, maar kan over alle verdiepingen van het gebouw dwalen. De cirkelvormige plattegrond kent een binnenring, uitkijkend over het centrale atrium en een buitenring. De binnenringen zijn ingericht als museum voor moderne kunst en toegankelijk voor publiek. De buitenringen ontsluiten de ambtelijke en bestuurlijke ruimtes en functies. Waar je als publiek niet kunt komen, maar wel een blik op de bureaus kunt werpen. Het café nabij de entree serveert koffie en taart voor werkenden, maar ook buiten werktijden voor binnenlopende inwoners.
Hoe langer je in het nieuwe centrum rondloopt, hoe meer details opvallen. De deuren van het nieuwe stadhuis gaan open met de deurknoppen van het oude stadhuis, op het plein voor het stadhuis staat de toren met klok van het oude stadhuis en op het kruispunt van winkelstraten prijken de oude neonletters ‘centrum’ op de gevel.





Rouw om wat er was; enthousiasme over nieuwe voorzieningen
Is dit genoeg? Genoeg voor mensen om zich betrokken te voelen bij de transformatie van hun leefomgeving? Genoeg om het gevoel te hebben ook zélf onderdeel te zijn van de nieuwe toekomst van Kiruna? Ik raak in het stadhuis in gesprek met een inwoner. Ze ziet grote verschillen onder mensen. “Ja, in het begin werd er veel over gepraat, toen plannen werden gemaakt. Maar nu worden plannen vooral uitgevoerd en is er nauwelijks nog gesprek.” Ze ziet veel rouw. “Vooral oudere generaties rouwen om wat verloren is. En vinden het moeilijk om hierover te spreken. Er wordt te weinig over gepraat denk ik.” Tegelijkertijd omarmen jongere generaties gretig de faciliteiten die het nieuwe centrum biedt. “Jongeren zijn blij dat Kiruna nu ook een landelijk bekende koffiezaak heeft.” En inderdaad, de diverse keren dat ik langsloop, zit de zaak afgeladen vol met koffiedrinkende jongeren.
Kantelpunt
De transformatie van oud naar nieuw zit op een kantelpunt. Het nieuwe centrum heeft de recente jaren al deels vorm gekregen en is volop in gebruik. Het oude centrum is nog niet geheel afgebroken. Oud en nieuw bestaan nu nog naast elkaar. De komende jaren zal het gebruik meer en meer overhellen naar het nieuwe centrum, terwijl het oude centrum verder wordt ontmanteld. Verder dan aanvankelijk gedacht. Want vlak nadat de kerk van Kiruna naar haar nieuwe plek is gebracht, brengt de LAKB het nieuws naar buiten dat nog eens bijna 3000 woningen getroffen zullen worden door uitbreiding van de mijn. De mijn voedt en de mijn eet: Nog meer stukken van de stad zullen moeten verplaatsen de komende jaren.
Co-creatie in Zweden
Dit was het laatste artikel in de reeks Lessen uit Zweden, geschreven op basis van mijn reis door het land op zoek naar voorbeelden van co-creatie. Zweden heeft me laten zien hoe perspectieven van diverse groepen in de samenleving structureel meegenomen kunnen worden in het maken van ruimtelijke plannen. Ik sprak in mijn diverse bezoeken en gesprekken over verplichte ontwerpinstrumenten voor kindvriendelijke buitenruimtes; regels die maken dat vrijwel alle woningen ook geschikt zijn voor mindervaliden; en ‘ontwerpanalisten’ die beoordelen of plannen doen wat ze gebruikers beloven. De ogenschijnlijk vanzelfsprekende openheid voor een brede blik vanuit meerdere oogpunten op ontwerp is inspirerend.
Tegelijkertijd wordt duidelijk dat deze geïnstitutionaliseerde aanpak soms ook knelt. Oprechte interesse in het perspectief van gebruikers of omwonenden kan snel vervallen tot het afvinken van lijstjes, zoals ook participatie in Nederland met regelmaat als een moetje wordt ervaren. Het maakt de ruimte voor directe invloed kleiner; ruimte die vaak juist noodzakelijk is bij initiatieven van inwoners zelf. De uitdaging voor landen met een sterke democratische traditie is dan ook: hoe vind je de juiste balans tussen representatieve besluitvorming en directe invloed van burgers? Want de ‘co’ van co-creatie ontstaat wanneer plannenmakers en lokale initiatiefnemers elkaar niet alleen horen, maar van elkaar leren en eigenaarschap durven delen.
Hanneke’s onderzoek naar co-creatie in Zweden was mogelijk met steun van de Marina van Dammebeurs, in samenwerking met Universiteitsfonds Delft. Hanneke won de beurs in 2019 met haar plan om internationale voorbeelden van co-creatie te bestuderen en zo het co-creatieve vakgebied te versterken. In 2020 bezocht ze Chili; in 2023 Japan. Zweden is haar derde bestemming.


