Lessen uit Japan #3: hernieuwd leven in krimpende gemeenschappen op het platteland

  • Een persoonlijk thuis

Hoe verder je de stad uit gaat, hoe beter de gevolgen van krimp en vergrijzing te zien zijn in Japan. De combinatie van vergrijzing en verstedelijking maakt dat buiten de steden de zwaarste klappen vallen. Er dreigen meer dan 300 dorpen en gemeenschappen te verdwijnen, zo geven prognoses aan. In een poging dit tij te keren, biedt de Japanse overheid een subsidie van één miljoen Japanse yen per kind (zo’n 7250 euro) voor gezinnen die wegtrekken uit de hoofdstad Tokio en zich vestigen in dorpen in het landelijk gebied. Het lijkt vooralsnog geen ei van Columbus te zijn. Er is groeiende interesse en een toenemend aantal gezinnen dat inderdaad de stad uit trekt; maar voor een leefbaar platteland is meer nodig dan het vullen van leegstaande woningen. Het dorpje Kamiyama laat zien dat dit mogelijk is.

Kamiyama
Kamiyama ligt midden op het eiland Shikoku. Gescheiden door de zee en ontoegankelijk vanwege het bergachtige landschap, was Shikoku eeuwenlang nauwelijks verbonden met de rest van Japan. Sinds er bruggen zijn, is het gebied makkelijker bereikbaar, maar alsnog is dit het rurale achterland waar naar verwachting de meeste gemeenschappen zullen verdwijnen. Deze ontwikkeling is zichtbaar gaande in het landschap. Opvallend zijn de vervallen gebouwen, de verwilderde landbouwgronden en de grafstenen die veelvuldig in plukjes langs de wegen staan.   

De bevolkingskrimp in Kamiyama is serieus, zelfs voor Japanse begrippen. Waar het bergdorp enige decennia geleden nog ruim 20.000 inwoners had, zijn dat er vandaag de dag nog zo’n 5000. Het dalende inwonersaantal zal doorzetten. Toch is Kamiyama een voorbeeld van een dorp dat haar vitaliteit nieuw leven weet in te blazen, dankzij de creatieve inspanningen van bewoners.  

Kunst als aanjager van hernieuwde vitaliteit
De revitalisatie van Kamiyama startte met de oprichting van een lokaal artist in residence-programma, eind jaren ’90. Zowel internationale als Japanse kunstenaars werden uitgenodigd enige tijd in Kamiyama te verblijven en een kunstwerk voor het dorp te maken. Elke kunstenaar kreeg een lokaal maatje. De kunstenaar leert bewoners kennen, bewoners leren de kunstenaar kennen. Uit deze interactie ontstaat een artistieke lokale bijdrage. Zo bouwde een van de kunstenaars een boshut waar bewoners boeken konden achterlaten die hun leven hadden veranderd. Ieder die een boek bracht, kreeg een sleutel van de hut in het bos. Een andere kunstenaar maakte een torri – een traditionele toegangspoort van een tempel – van speakers, waar bewoners hun spotify op konden aansluiten en gezamenlijk muziek konden luisteren.

Het artist in residence-programma zette Kamiyama langzaam maar zeker op de kaart als een internationaal georiënteerde en open gemeenschap. In 2008 werd een stichting opgericht, om de gemeenschapsvorming verder te ondersteunen. De stichting richt zich niet op bestaande revitalisatiestrategieën, zoals het aantrekken van een fabriek, het stimuleren van toerisme of het promoten van de agrarische sector; ze richt zich op andere, creatieve vormen. Ze verschaft daarbij informatie over het dagelijks leven in Kamiyama en hulp bij het migreren naar het dorp.

Opzoek naar een ander leven
De inspanningen van de stichting wekken met name de interesse van twintigers, dertigers en veertigers die hun drukke leven in de stad wilden ontvluchten en een ander leven wilden leiden, op het platteland. Twee van deze dertigers zijn Madoka en Taka. Ze wonen inmiddels enkele jaren in een oude boerderij in de bergen, net buiten het dorp. Deze woning stond leeg, net zoals veel andere woningen. Madoka en Taka huren de woning voor zo’n 60 euro per maand, een bedrag op basis waarvan ze zich een andere leefstijl kunnen permitteren dan voorheen. Met minder werk en meer flexibiliteit.

Kamiyama trekt twintigers, dertigers en veertigers die hun drukke leven in de stad willen ontvluchten. Het goedkopere leven geeft ruimte om minder te werken en meer ruimte voor ontspanning en plezier te maken.”

Madoka en Taka nemen me enkele dagen op sleeptouw. Ik stap ’s ochtends in hun Japanse Lapin-auto en laat me langs de verschillende plekken rijden die de laatste jaren zo veranderd zijn. Als Nederlander – gewend dat ramen transparant en gordijnen open zijn – is het soms lastig in te schatten wat zich achter de ondoorzichtige schuifdeuren en luiken bevindt. Maar Madoka en Taka tonen me de nieuwe werkplaatsen, ateliers, winkeltjes en cafés die Kamiyama inmiddels rijk is.

Bewoners Madoka en Taka tonen de nieuwe werkplaatsen, ateliers, winkeltjes en cafés die Kamiyama inmiddels (weer) rijk is. Hier staan we voor een kleine koffiebranderij. (Foto: Hanneke)

Hoe wil je bijdragen aan het dorp?
De nieuwe dorpsbewoners lijken zonder uitzondering bijzonder ondernemend en actief. Ook hier draagt de stichting aan bij. De potentiële migranten wordt niet – zoals in de overheidsprogramma’s om verhuizing naar het platteland te stimuleren – alleen naar hun gezinssamenstelling gevraagd, ze worden ook gevraagd na te denken over hoe ze hun leven hier de komende 10 jaar voor zich zien en op welke manier ze willen bijdragen aan de leefbaarheid van het dorp. Deze actieve benadering stimuleert de oorspronkelijke bewoners gezamenlijk na te denken over wat er nodig en gewenst is én prikkelt nieuwe bewoners een concreet plan van aanpak te maken.   

“Nieuwkomers wordt gevraagd een plan te maken hoe ze de komende 10 jaar voor zich zien en op welke manier ze willen bijdragen aan het dorp.”

Satellietkantoren
We wandelen langs een aantal gerenoveerde traditionele gebouwen waar achter het glas jonge Japanners en rijen MacBooks te zien zijn. Taka vertelt: “Dit zijn kantoren van bedrijven uit de stad. Ze hebben hier in Kamiyama een satellietvestiging geopend waar hun medewerkers permanent of tijdelijk kunnen werken.” Helpend bij de keuze voor Kamiyama was de uitstekende internetvoorziening in het dorp, die al eerder was aangelegd om de moeilijk bereikbare bergen van Shikoku van digitale televisie te voorzien. Er zijn inmiddels zo’n 20 bedrijven met vestigingen in Kamiyama, een boost voor de activiteit in het dorp.

Activiteit trekt activiteit
En activiteit trekt activiteit, zo vertelt Madoka, die rechten heeft gestudeerd en onlangs een boek heeft uitgegeven over Kamiyama en de rol van lokale overheden in initiatieven zoals in dit dorp. Ze laat zien dat ook een aantal oude winkelpanden inmiddels gevuld zijn met nieuwe initiatieven. Zo rijden we langs een koffiebranderij voor een goede kop koffie en spreken we een ambachtelijke schoenmaker die zijn opleiding in Duitsland genoot en bij terugkomst Kamiyama koos als woon- en werkplek.

Initiatieven die elkaar versterken
Onderweg wijst Taka op een poster waarop het maandelijkse muziekevent wordt aangekondigd. De drie lokale restaurants organiseren elke maand een avond met muziek, hapjes en drankjes. Deze keer staat de band van de lokale high school op het programma. Het is een voorbeeld hoe diverse initiatieven, activiteiten en bewoners op creatieve wijze met elkaar verbonden worden én elkaar versterken.  

“Lokale initiatieven en activiteiten worden slim met elkaar verknoopt. Zo organiseren lokale cafés een maandelijkse muziekavond, wordt het lesprogramma van scholieren benut om bij te dragen aan het dorp en koken restaurants met ingrediënten die jonge en oude inwoners rondom Kamiyama telen.”

De food hub: verbinding tussen oud en jong
Deze verwevenheid van initiatieven is ook sterk aanwezig in het food hub-project, bedoeld om de consumptie van lokale producten te stimuleren. Grootschalige landbouw is in het bergachtige landschap van Shikoku niet mogelijk, maar vrijwel elke woning heeft een moestuin of enkele kleine rijstvelden waar je met name oudere bewoners dagelijks ziet werken. Het dorp heeft een agrarische school, waar scholieren van 15 tot 18 jaar hun middelbare schoolopleiding afronden. Ze leren hier naast de gebruikelijke vakken ook voor bomen te zorgen, rijstvelden te bewerken en fruit te telen.

Als organisator van uitwisselingsprojecten kent Madoka de leerlingen goed. Een leraar en een groepje leerlingen gaan ons voor de het dorp uit, dieper de bergen in. Via een smal bergweggetje, waar duidelijk niet vaak meer gereden wordt, slingeren we langs verlaten boerderijtjes en vervallen schuurtjes. De leerlingen laten ons stoppen bij een stuk landbouwgrond, te midden van verder verwilderde bosgronden en akkers. Hier kocht een Japanse een stuk grond, om haar leven om te gooien. Waar ze eerst een goede functie bij Apple had, runt ze nu een gastenverblijf in het dorp en werkt ze bijna dagelijks op het afgelegen stuk land om het weer vruchtbaar en productief te maken. Weg uit de stad, handen in de aarde. Kippen scharrelen driftig rond. De rijstvelden liggen klaar om in het voorjaar weer ingezaaid te worden, zo leggen de studenten uit.

De producten van dit land en van andere landbouwgronden in de omgeving, worden gezamenlijk te koop aangeboden in het dorp. Wanneer we terug het dorp in rijden, stoppen we bij een relatief nieuw houten gebouw, dat een bakkerij en winkel blijkt te zijn. Lokale boeren -oud en nieuw- verkopen er hun producten. Naast de bakkerij en winkel is een cafetaria geopend, waar elke dag een bijzonder gewaardeerd lunchmenu wordt klaargemaakt met de producten van lokale boeren. De food hub verbindt seniore boeren, jonge scholieren en bewoners die genieten van wat hun land hen te bieden heeft.

Collectieve woningbouw
Ook op het gebied van wonen worden initiatieven ontplooid. Zo werd recent een nieuw buurtje opgeleverd met woningen voor gezinnen, op de plek van een in onbruik geraakte middelbare school. Voor de bouw van de woningen werd samengewerkt met de lokale overheid, de woningen zijn publiek eigendom en worden verhuurd aan gezinnen met kinderen in diverse leeftijden. Wanneer de kinderen uit huis gaan, is het de bedoeling dat de ouders weer plek maken voor nieuwe ouders, om -zeer gewenste- nieuwe gezinnen te huisvesten.

Recent werd een nieuw buurtje gebouwd in Kamiyama, met woningen voor -zeer gewenste- gezinnen. Onderdeel van de buurt is een gemeenschappelijk gebouw voor het hele dorp. (Foto: Hanneke)

Onderdeel van het woningbouwproject is een gemeenschapsgebouw voor het hele dorp. Daar ontmoet ik Tomomi Takada die verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen van deze collectieve plek en betrokken was bij de ontwikkeling van woningen en gemeenschappelijk gebouw.

Ze vertelt over het project. “De woningen zijn met lokaal hout gebouwd. Er is rekening gehouden met wind en zon, om zo weinig mogelijk techniek nodig te hebben voor een comfortabel binnenklimaat. Zo wordt lucht verwarmd vlak onder het dak, die lucht wordt vervolgens onder de vloeren geblazen om de benedenverdieping te verwarmen.” De bewoners delen een centraal verwarmingssysteem, wat vrij uniek is voor Japan. Veruit de meeste woningen hebben überhaupt geen centrale verwarming, ruimtes worden individueel verwarmd (met een airco). In dit project wordt gebruikt gemaakt van biomassa. De woningen worden verwarmd met hout uit de bergen. Op het terrein staat een klein gebouwtje gevuld met installaties waar het lokale hout wordt omgezet in gas. “Sinds de houtindustrie is verdwenen en cederbomen niet meer worden gekapt, is het aantal ceders enorm toegenomen. Deze dominante soort verdringt andere boomsoorten en bedreigt daarmee de biodiversiteit. Met het kappen van ceders, waar we biogas van maken, en het terug planten van andere boomsoorten, proberen we ook de biodiversiteit te versterken.”

De buitenruimte is kindvriendelijk aangelegd, auto’s parkeren aan de rand van de buurt. Er is gewerkt met alleen inheemse plantsoorten. De scholieren van de agrarische middelbare school hebben geholpen met het onderzoek naar deze plantsoorten. Het bleek lastig ze zomaar te kopen. Dus hebben de scholieren nieuwe planten gekweekt, gebruikmakend van struiken en bomen in de omgeving.

Een gedeeld gebouw voor het hele dorp
Het gemeenschappelijke gebouw is niet alleen voor de nieuwe buurt, maar voor het hele dorp. Takada vertelt hoe samen met bewoners naar een passend programma is gezocht. “We hebben verschillende workshops georganiseerd om te bepalen wat voor gebouw dit zou moeten zijn. Wanneer mensen er gebruik van zouden maken, wat ze hier graag zouden zien.”

Het werd een gebouw verdeeld in drie verschillende delen. Er is een plek waar kinderen kunnen spelen; wat verhoogd en bekleed met typisch Japanse tatamimatten. “Hier is het vooral na schooltijd druk; ouders komen met hun kinderen langs.” Het middelste deel is een kleine bibliotheek. “Kamiyama heeft geen bibliotheek; dit was een duidelijke wens van bewoners.” De organisatie zorgt ervoor dat het aanbod aan boeken elke twee maanden wordt ververst, in samenwerking met de meest nabijgelegen bibliotheek. Ook is er een plankje voor lokale schrijvers, waar Madoka tot haar vreugde ook haar boek over local governance ziet staan. Voorbij de bibliotheek is een ruimte waar gewerkt kan worden. “Hier is het met name in de ochtenden stil en rustig, wanneer de kinderen nog op school zitten.”

“Dorpsbewoners bepaalden samen wat het programma van het nieuwe gemeenschappelijke gebouw zou moeten zijn. Er werd gekozen voor een speelplek voor kinderen, werkplekken en een kleine bibliotheek.”

De ramen zijn bewust -en zeer on-Japans- transparant. “Zo is er te zien wat er binnen gebeurt en is het laagdrempeliger om binnen te lopen.” Het collectieve gebouw is bewust helemaal uit lokaal hout gemaakt. “Er zijn allerlei traditionele houtverbindingen toegepast, om de kinderen van Kamiyama in aanraking te brengen met onze houtbouwcultuur. Het aantal timmermannen dat deze technieken beheerst daalt hard. We hopen hiermee enthousiasme te stimuleren voor dit vakmanschap.”

Creatieve krimp
Makkelijk is het zoeken naar hernieuwde vitaliteit in Kamiyama niet altijd. Er zijn vele uitdagingen, geeft Madoka aan. Er is bijvoorbeeld wel eens spanning tussen de oorspronkelijke bewoners en de ‘immigranten’, zoals Taka en Madoka zichzelf en andere nieuwe bewoners noemen. Maar over het algemeen zijn nieuwe bewoners zeer respectvol richting de oudere dorpsbewoners.

Kamiyama laat zien wat de impact van bewonersinitiatieven kan zijn. Hoe relatief kleine initiatieven het verschil kunnen maken in de leefbaarheid van de -steeds kleinere- dorpen van het Japanse platteland. De eenvoudige start, met het uitnodigen van een aantal kunstenaars elk jaar, maakte dat de lokale bevolking langzaam maar zeker mee wilde bewegen, de voordelen ging zien. Niet dat ze aanvankelijk geïnteresseerd waren in hedendaagse kunst, maar de onverwachte en verrassende kunstwerken die gemaakt werden, bracht potentieel naar boven waarvan men zich niet bewust was.

“De inzet van bewoners is niet gericht op het tegengaan van krimp. Toch heeft Kamiyama een strategie ontwikkeld om een leefbare gemeenschap te blijven: ‘creatieve krimp’. Mensen worden uitgedaagd op eigen wijze bij te dragen.”

De inzet van de bewoners is niet gericht op het tegengaan van de krimp; deze wordt aanvaard als onontkoombaar. Toch heeft Kamiyama een strategie ontwikkeld om een leefbare gemeenschap te blijven, ‘creatieve krimp’. Mensen worden uitgenodigd en uitgedaagd op eigen wijze bij te dragen. De hernieuwde vitaliteit maakt dat ook oude bewoners geïnspireerd worden en het aandurven om nieuwe initiatieven te ontplooien, zoals het noedelrestaurantje dat onlangs geopend werd door oorspronkelijke bewoners. De aanwezige initiatieven zoeken elkaar op en worden slim met elkaar verknoopt.

Er zijn inmiddels meer dan 160 nieuwe bewoners verwelkomd in Kamiyama. Dit zijn geen grote aantallen, maar in een dorp van 5000 mensen kunnen 160 actieve mensen wél een groot verschil maken.


Dit onderzoek naar co-creatie in Japan was mogelijk met steun van de Marina van Dammebeurs, in samenwerking met Universiteitsfonds Delft. Hanneke won de beurs in 2019 met haar plan om internationale voorbeelden van co-creatie te bestuderen en zo het co-creatieve vakgebied te versterken. In 2020 bezocht ze haar eerste bestemming: Chili. Japan is haar tweede bestemming. Lees hier het eerste artikel over de Japanse woningmarkt en het tweede artikel over de opkomst van renovatie.